Dat Nooit Meer ..

Let love ruleHet is al ver in augustus en ik lees Parel; het derde boek van de Zeven-Zussen-serie. Ik dacht wat verstrooiing te vinden in een kopje koffie en lekker lezen, want vandaag voel ik me weer bevangen door de nare sfeer die er in de wereld heerst. Een sfeer van angst, leugens en ontkenning van wat zich werkelijk afspeelt. Want nog altijd, na meer dan anderhalf jaar, zijn we omringd door de overtuiging dat er een killervirus heerst waartegen we ons ten koste van alles moeten beschermen. Ten koste van ALLES, inclusief het inleveren van de vrijheid om zelf te besluiten over ons lichaam en waar te gaan en staan in het leven.

Dus ik dacht, na wat oefeningen om me te ontspannen, even lekker lezen.
Ik las hoofdstuk 13; het deel waarin de derde zus, Cece, in het stadje Broome, Australië is aangekomen om op zoek te gaan naar haar roots. Het is 2008 en de erfenis van het Engelse koloniale bewind is nog volop voelbaar in de achtergestelde positie van de oorspronkelijke bewoners. Cece wordt zich bewust van haar bevoorrechte positie en die wordt haar ook duidelijk als zij informatie krijgt over mogelijke voorouders; hun superioriteitsgevoel degradeerde de Aboriginals tot niet-mensen, die je op elke willekeurige wijze kon behandelen. Mishandelen is het woord dat er bij hoort.
En net zoals de verhalen over de Tweede Wereldoorlog, waar ik van jongs af aan alles over wilde weten, werd ik er beroerd van. In dit boek blijven de gruwelijke details helemaal buiten beeld, maar het is niet moeilijk om me die voor de geest te halen.
Dus niks niet lekker lezen.

En zo sluit het boek dat ik ter ontspanning oppakte, naadloos aan bij het aanwezige gevoel in mijn binnenwereld. Ik doe veel om dat buitenwereld-gevoel, de dreiging van uitsluiting, verdeeldheid en geweld, ook echt buiten mijzelf te houden. Dat is werk. Sinds ik niet meer dagelijks hoef te werken om in mijn onderhoud te voorzien, ben ik heel dankbaar dat ik daar mijn tijd en energie aan kan besteden. Maar/en het vraagt echt onderhoud; vooral in het blijven waarnemen waardoor mijn gevoel en denken worden ‘getriggerd’, zoals vandaag gebeurt.
Ik word me er steeds meer van bewust dat vergelijken wat er in de geschiedenis, over de hele wereld, door alle tijden heen, aan onrecht heeft plaatsgevonden, niet aan de orde is. Er is geen erg, erger, ergst. Een vergelijking tussen de genocide op de Aboriginals en wat er nu aan angstzaaien in de wereld gaande is, is onzin! Ook het verhaal dat ik las van de Holocaust-overlevende, Kitty Werthm, die vertelt over de systematische wijze waarop in Oostenrijk het nazisme de macht naar zich toetrok, met alle gevolgen van dien, behoeft geen vergelijking met de slachting op de oorspronkelijke bevolking van Noord-Amerika of de hel van Srebrenica.
Maar … al deze verhalen hebben wel iets gemeen!

Ze geven een beeld, een inzicht zo je wilt, van de structuren die leiden tot onvrijheid en onderdrukking. Vervolgens maakt dat mensen bang en het is al lang bekend dat angst weer gevoelens van haat opwekt. Als politici en bestuurders Heersers worden is dat wat zij doen; mensen tegen elkaar uitspelen, zodat jij je buur in de straat, met wie je zo nu en dan koffie of een pilsje dronk, met wantrouwen gaat bekijken. Dat doen machthebbers al eeuwenlang om hun bevolking te manipuleren en de touwtjes in handen te houden.
En, wie had dat ooit gedacht, dat gebeurt nu ook in ons land, met ons democratische bestel. Onze (interim) MP en (interim) minister van gezondheid liegen ons voor, houden informatie achter, gaan niet met ons in gesprek, maar sluiten ons uit. We worden ‘kaltgestelt’ en daarmee herhaalt de geschiedenis zich, ondanks dat voornemen van dit-nooit-meer. Want een voornemen is niet genoeg; echte verandering vraagt om heel diep te gaan, om alle schaduw te willen ontmoeten. Met andere woorden, om al mijn éigen woede, verdriet en machteloosheid in de ogen te kijken.

Want .. ik weet dat deze ronde een andere ronde is en anders dient te zijn.
Ik weet dat ik deze strijd alleen kan ‘winnen’, als ik mijn eigen ‘eye of the storm’ vindt en daar weet te blijven door naar binnen keren en mij te verbinden met de liefde voor mezelf en voor alles dat leeft. Speciaal voor die zogenaamde bad guys.
Ik zing ‘Love is all you need’ en alle varianten daarop zijn van toepassing in deze lange, lange oefening om de energie te schonen van de imprint van de pijnlijke gebeurtenissen, die geen levengevende bijdrage zijn in deze tussentijd. Bevrijding van de benauwdheid die in de buitenwereld welig tiert, lukt alleen door mijzelf te bevrijden van het trauma dat in mijn cellen leeft en meetrilt in alles wat ik ben en doe. Dat is wat ik kan doen.

Ik zie dat het is gaan regenen. Dus de paraplu mee en naar buiten; frisse lucht, meteen de bestelling voor mijn boek naar de post brengen en weer even hallo zeggen tegen Monika, mijn favoriete post-balie-medewerkster.
Het was heerlijk dit allemaal weer woorden te geven.
Fijn dat jullie mijn blogs lezen. En mijn boek!
Want ja, schrijven, dat is ook wat ik kan doen ;-))

 Ineke Verdoner.

See you down the road!

Het is juli en corona lijkt even niet te bestaan. Tenminste als je je, zoals ik afzijdig houdt van de mainstream media en je niet bezig houdt met de cijfers, de voorspellingen en de mutaties van Het Virus. Mij geeft dat heel veel rust. En eindelijk weer gelegenheid om naar de film te gaan. Het was heerlijk om de grote zaal van De Lieve Vrouw weer te betreden met als extraatje een zeker te weten dat er niemand naast je komt zitten. Het dimmende licht, het grote scherm waarop een aantrekkelijke trailer van de film die verwacht wordt en dan waar ik voor gekomen ben: Nomadland.

Ik hou van Amerika en het vooruitzicht om daar doorheen te reizen met Frenn, zonder in een vliegtuig te moeten stappen, trok me aan. Maar ook het verhaal van een vrouw die alles verliest en besluit om van de ene tijdelijke rotbaan naar de andere te reizen en te wonen in haar kleine omgebouwde busje, van, die ze Vanguard noemt. Je volgt haar op haar eenzame tocht, maar ze weet wat ze doet en als ze anderen tegenkomt, die in dezelfde situatie verkeren, sluit ze zich, aarzelend bij hen aan. Ze geven elkaar raad en advies, ruilen dingen die ze nodig en over hebben. Ontmoetingen rond het kampvuur, verhalen delen over het leven. De contacten tussen lotgenoten, in de film ontdaan van alle valse romantiek, rauw en tegelijkertijd zo warm menselijk raken door het glasheldere beeld over de gevolgen van jarenlange uitbuiting. Bob, een man die zijn fellow-nomads een hart onder de riem steekt en daadwerkelijke hulp biedt om deze manier van leven te overleven, noemt het ‘de slavernij van de dollar’; je werkt je je hele leven kapot en als er iets misgaat, dan is er weinig voor nodig om een outlaw te worden. Fren slaat zich er doorheen en is in staat ook de schoonheid in dat bestaan te ontdekken.

Gaandeweg de film dacht ik aan hoe ook hier, in Nederland, de economie alleen maar over geld gaat, hoe het welbevinden van mensen en alle leven ondergeschikt gemaakt zijn aan materieel welzijn en hoe de laatste anderhalf jaar ook onze bewegingsvrijheid en menselijke nabijheid wordt ingeperkt door strakke regelgeving. Hoe die maatregelen mensen uit elkaar drijft en zelfs tegen elkaar opzet ; ik realiseer me dat ook ik in de toekomst kans maak om als outlaw – letterlijk buiten de wet staand – beschouwd te worden. Want als je geen prik wil en niet via een test wil bewijzen dat je gezond bent, dan mag je het Concertgebouw al niet meer in. Het kaartje dat ik gekocht had voor een concert van His Majesty, een coverband van CSN&Y, blijkt alleen toegang te verschaffen als ik me aan de regels onderwerp; die zijn onaangekondigd aangescherpt sinds de aankoop van het kaartje een maand geleden. Dus ga ik niet.

Volgens mij is dit slechts het begin. Want hoewel corona nog bestaat, is het vooral de uitleg door onze machthebbers en deskundigen over het gevaar ervan. Die interpretatie legitimeert dat er straks veel meer niet mag; reizen en cultuur zijn al een no-go-zone. Maar ik sluit niet uit dat ook mijn AOW zijn onvoorwaardelijkheid verliest als ik me niet voeg naar de eisen; dan kan ik mijn huur niet meer betalen en misschien zie ik me dan net als Frenn genoodzaakt te gaan zwerven.

Toen de film afgelopen was, ben ik nog een hele tijd blijven zitten. Navoelen noem ik dat. En wat ik voelde was geluk. Zoals Frances McDormand, producente én hoofdrolspeelster, die rol vertolkte, de prachtige beelden en de diep menselijke verbondenheid die de film toont. Het lef om zo’n scherp tijdsbeeld neer te zetten. In de aftiteling zag ik dat de namen van de actrices en acteurs ook hun echte namen waren; dat klopte, dat had ik gezien, echtheid.

Toen ik door de warme avond naar huis liep voelde ik ook diepe dankbaarheid. Voor het heerlijke huis waar ik woon, de liefdevolle nabijheid van familie, vriendinnen en vrienden en mijn eigen, vertrouwde bed waar ik elke avond in kan kruipen. Die zekerheden, wat een rijkdom! Maar mocht het zover komen dat die zekerheden weg vallen, dan kan ik me deze film herinneren en me laten inspireren om er samen doorheen te komen. Want dat kan, dat weet ik, daar ben ik zeker van. Zoals Bob zegt: see you down the road!

https://www.dailymotion.com/video/x7yncmp

Ineke Verdoner

Those were the days ...

Het was half september en ik reisde naar Leeuwarden. De laatste maanden had ik het ov vermeden maar het werd tijd om mijn nog geldige 60+ keuzedagen te gaan gebruiken en weer eens met de trein te gaan. Het was er rustig dus ik kon het verplichte muilkorfje af en toe wat onder mijn neus laten zakken, zodat ik voldoende frisse lucht binnen kreeg. Het was aangenaam om me te laten rijden, alleen maar wat naar buiten te kijken en ik genoot van het onderweg zijn.

Het is leuk om een plaats te bezoeken die je goed kent maar waar je al een tijd niet meer bent geweest. Hier lagen veel voetstappen van mij en dierbaren, verhalen, looproutes, geschiedenis. Ik dwaalde door de mooie binnenstad; het werd een middagje memory-lane. Je kent dat wel, dat mijmeren over de goede dingen, gevoed door het stralende nazomerweer dat alles nog net even meer doet glanzen.
Om drie uur begon de bijeenkomst waarvoor ik hier naar toe was gereisd en na even op een bankje bij de Grote Kerk in de zon te hebben gezeten, stapte ik de donkere entree van Zalen Schaaf binnen.
Het verraste me dat alles nog bij het oude was! De wijnrode gordijnen op het podium, de gedimde verlichting, de vintage handdrogers in de toiletten, zelfs de affiches van de eens zo roemruchte bands die hier optraden. Ik kreeg allemaal beelden van de vele keren dat we ter ere van de internationale vrouwendag op 8 maart hier mooie feesten hadden georganiseerd; veertig jaar geleden! Prachtig; uitverkochte zalen, vol vrouwenpubliek, spreeksters met nieuwe woorden en ideeen, vrouwenmuziek. Maar ook de dansuitvoeringen van de plaatselijke balletschool, de trouwrecepties, de schoolfeesten. Prachtig was het! Een echte feestlocatie. Toen.

Nu, vandaag, zag het er anders uit; door het anderhalve-meter-afstand-houden stonden de tafeltjes en stoelen ruim gerangschikt, was er veel ruimte tussen de bezoeksters. De stoel was hard en nadat de eerste spreeksters aan het woord waren geweest verdampte mijn romantische roze wolk in rap tempo. Ik rook opeens het verschraalde bier. De bitterballen kwamen langs en ieder doopte haar bal in hetzelfde kloddertje mosterd. Als ik opzij keek, zag ik het heldere licht buiten dat zo sterk contrasteerde met het schemerdonker waarin wij zaten.
'Zalen Schaaf mut blieven' stond er dertig jaar geleden al op de aanplakborden, als er weer eens een projectontwikkelaar een poging deed bij de gemeente om er 'moderne appartementen voor jonge gezinnen' neer te zetten. Schaaf zou afgebroken worden om 'ruimte te maken voor wonen in de Leeuwarder Binnenstad'. En telkens weer werd dat verijdeld, waren er verhitte inspraakavonden op het gemeentehuis en wonnen de sentimenten het van het grote geld, tot tevredenheid van velen. Een bezoeker vertelde dat er opnieuw sluiting dreigde en ik zag de pijn in zijn ogen.
Misschien was ik hier nu te lang weg, waren mijn herinneringen verbleekt en was het feestgedruis in mij verstomd. Hoe dan ook, ik voelde geen sprankje leven meer in het troosteloze complex. Zalen Schaaf was dood.

Aan het einde van het middagprogramma werden de broodjes geserveerd; ze waren te dun belegd en de soep in de witte plastic bakjes met een witte plastic lepel mocht de naam niet hebben. Na een kort en hartelijk afscheid van de aanwezigen haastte ik me naar buiten; het namiddaglicht zette de bomen op het plein en de smalle straatjes erom heen in een gouden gloed. Die ademde ik in en dankte in stilte het oude theater zeer voor haar bewezen diensten en al het moois dat onder haar dak had kunnen plaatsvinden. Ze verdiende een waardig afscheid, nog eenmaal een spetterend feest, een laatste eerbetoon, met gratis drank voor al haar geliefden en dan de fik er in - bij wijze van spreken dan - zodat ze eindelijk naar de hemel kon. Vaarwel!

Tijdens mijn terugreis ging de zon vlammend onder, tot het laatst zichtbaar in het vlakke Friese landschap. Ik offerde wat herinneringen aan het vuur; groette in gedachten wat medestrijdsters van toen. Sommigen waren overleden, anderen uit het zicht verdwenen. Relaties, mijn worstelingen tijdens het moederschap, dat fantastische optreden, het thuiskomen na een vakantie; zoveel herinneringen. Ik gaf ze vrij, het vuur louterde de laatste pijnresten en het geluk van ooit lichtte nog één keer op. Ik voelde me intens dankbaar voor wat geweest was.                                             

Toen het donker het overnam van de schemering bracht elke kilometer het heden dichter bij. Those were the days, My Friend. Bye bye.

Ineke Verdoner

See you down the road

Het is juli en corona lijkt even niet te bestaan. Tenminste als je je, zoals ik afzijdig houdt van de mainstream media en je niet bezig houdt met de cijfers, de voorspellingen en de mutaties van Het Virus. Mij geeft dat heel veel rust. En eindelijk weer gelegenheid om naar de film te gaan. Het was heerlijk om de grote zaal van De Lieve Vrouw weer te betreden met als extraatje een zeker te weten dat er niemand naast je komt zitten. Het dimmende licht, het grote scherm waarop een aantrekkelijke trailer van de film die verwacht wordt en dan waar ik voor gekomen ben: Nomadland. Ik hou van Amerika en het vooruitzicht om daar doorheen te reizen met Fren, zonder in een vliegtuig te moeten stappen, trok me aan. Maar ook het verhaal van een vrouw die alles verliest en besluit om van de ene tijdelijke rotbaan naar de andere te reizen en te wonen in haar kleine omgebouwde busje, van, die ze Vanguard noemt. Je volgt haar op haar eenzame tocht, maar ze weet wat ze doet en als ze anderen tegenkomt, die in dezelfde situatie verkeren, sluit ze zich, aarzelend bij hen aan. Ze geven elkaar raad en advies, ruilen dingen die ze nodig en over hebben. Ontmoetingen rond het kampvuur, verhalen delen over het leven. De contacten tussen lotgenoten, in de film ontdaan van alle valse romantiek, rauw en tegelijkertijd zo warm menselijk raken door het glasheldere beeld over de gevolgen van jarenlange uitbuiting. Bob, een man die zijn fellow-nomads een hart onder de riem steekt en daadwerkelijke hulp biedt om deze manier van leven te overleven, noemt het ‘de slavernij van de dollar’; je werkt je je hele leven kapot en als er iets misgaat, dan is er weinig voor nodig om een outlaw te worden. Fren slaat zich er doorheen en is in staat ook de schoonheid in dat bestaan te ontdekken. Gaandeweg de film dacht ik aan hoe ook hier, in Nederland, de economie alleen maar over geld gaat, hoe het welbevinden van mensen en alle leven ondergeschikt gemaakt zijn aan materieel welzijn en hoe de laatste anderhalf jaar ook onze bewegingsvrijheid en menselijke nabijheid wordt ingeperkt door strakke regelgeving. Hoe die maatregelen mensen uit elkaar drijft en zelfs tegen elkaar opzet ; ik realiseer me dat ook ik in de toekomst kans maak om als outlaw – letterlijk buiten de wet staand – beschouwd te worden. Want als je geen prik wil en niet via een test wil bewijzen dat je gezond bent, dan mag je het Concertgebouw al niet meer in. Het kaartje dat ik gekocht had voor een concert van His Majesty, een coverband van CSN&Y, blijkt alleen toegang te verschaffen als ik me aan de regels onderwerp; die zijn onaangekondigd aangescherpt sinds de aankoop van het kaartje een maand geleden. Dus ga ik niet. Volgens mij is dit slechts het begin. Want hoewel corona nog bestaat, is het vooral de uitleg door onze machthebbers en deskundigen over het gevaar ervan. Die interpretatie legitimeert dat er straks veel meer niet mag; reizen en cultuur zijn al een no-go-zone. Maar ik sluit niet uit dat ook mijn AOW zijn onvoorwaardelijkheid verliest als ik me niet voeg naar de eisen; dan kan ik mijn huur niet meer betalen en misschien zie ik me dan net als Fren genoodzaakt te gaan zwerven. Toen de film afgelopen was, ben ik nog een hele tijd blijven zitten. Navoelen noem ik dat. En wat ik voelde was geluk. Zoals Frances McDormand, producent én hoofdrolspeelster, die rol vertolkte, voor de prachtige beelden en de diep menselijke verbondenheid die de film toont. Het lef om zo’n scherp tijdsbeeld neer te zetten. In de aftiteling zag ik dat de namen van de actrices en acteurs ook hun echte namen waren; dat klopte, dat had ik gezien, echtheid. Toen ik door de warme avond naar huis liep voelde ik ook diepe dankbaarheid. Voor het heerlijke huis waar ik woon, de liefdevolle nabijheid van familie, vriendinnen en vrienden en mijn eigen, vertrouwde bed waar ik elke avond in kan kruipen. Die zekerheden, wat een rijkdom! Maar mocht het zover komen dat die zekerheden weg vallen, dan kan ik me deze film herinneren en me laten inspireren om er samen doorheen te komen. Want dat kan, dat weet ik, daar ben ik zeker van. Zoals Bob zegt: see you down the road! https://www.dailymotion.com/video/x7yncmp Ineke Verdoner

Blogarchief

BOEK: Het Vrouwelijke
en het Mannelijke
in Balans

Inspiratie voor een nieuw paradigma.
Het mannelijke heeft het vrouwelijke nodig.